https://www.carnis.nl/over-ons/_398____NL
Zoeken
 

Over ons

 

Het verhaal achter Carnis

 

Carnis, eerlijk voer

Zoals heel veel producten in deze bijzondere branche, zagen ook de Carnis-voeders het levenslicht vanwege een bepaalde passie. In dit geval die van Annette en John Tuik, en het feit dat hun twee Berner Sennenhonden maar niet goed in hun vel wilden geraken.

 

“Ze aten slecht, hadden vachtproblemen en vaak diarree” vertelt Annette. “Wij gingen op zoek naar een ánder voer, iets dat helemaal natuurlijk was, zonder rommel erin en aantoonbaar gemaakt van de beste ingrediënten. Toen we dat niet konden vinden waar onze honden het goed op deden, besloten we het zelf te gaan maken.”

“Wij wilden een eerlijk product”, zegt John. “Met een verpakking die zegt waar het op staat, zonder holle frasen of loze beloften. Gewoon goed voer waarvan de consument in een oogopslag ziet wat erin zit. Je hoeft niet doorgestudeerd te hebben om te begrijpen wat onze voeders al dan niet bevatten. Wij maken niets mooier dan het is, verbloemen niks, laten niks weg. Nou ja: dat doen we eigenlijk wel: alle chemische toevoegingen, die laten we weg.”

 

Zwarte piste omhoog

Carnis ontstond op het moment dat de crisis zich stevig geworteld had in de Nederlandse bodem. “In de tijd dat iedereen omlaag ging, gingen wij op de zwarte piste omhoog”, zegt Annette. “Wij kwamen erachter dat juist in crisistijd, mensen het geld dat ze nog wél wilden en konden uitgeven, graag besteedden aan eerlijke en goede producten. Wat dat betreft, hadden we geen beter tijdstip kunnen uitkiezen om te beginnen. We zijn zelf dierenspeciaalzaken gaan bezoeken en je wilt niet weten hoe vaak we hoorden: ‘Nóg een merk erbij, we hebben er al zoveel...’ Maar al snel bleek dat, als consumenten ons voer eenmaal probeerden, hun hond of kat niet meer anders wilde. Nu, zes jaar later, hebben we drie mensen in de buitendienst, zes op kantoor en vaak ook nog stagiaires. Het gaat goed, we hebben het druk en daar zijn we ontzettend blij mee. Het plan dat wij zes jaar geleden hadden, is gelukt.”

 

Acceptatie

“Er is praktisch geen hond die ons voer niet wil eten”, zegt John. “Acceptatie, daar begint het mee. De consument wordt er vrolijk van als hij ziet dat zijn hond staat te springen zodra zijn hand richting voerzak gaat. Maar als die hond er vervolgens steeds beter uit gaat zien, is hij voorgoed ‘om’. Wij zijn langzaam gaan bouwen aan ons merk, hebben heel veel hondenshows en evenementen bezocht, waren zeven dagen per week samen op pad en uiteindelijk blijkt dat een goed product zichzelf verkoopt. Tevreden consumenten blijven terugkomen naar de winkel waar ze ‘hun’ voer kunnen halen, en het blijkt dat Carnis dat kan bewerkstelligen.”

 

Op zich is het natuurlijk niet zo heel ingewikkeld om een voer zo lekker te maken dat praktisch elke hond het wil eten. Er zijn per slot van rekening ook maar weinig kinderen die hun neus ophalen voor patat met mayonaise of een stuk chocolade. “Het is de kunst om ingrediënten toe te voegen die niet alleen smakelijk zijn, maar ook gezond”, zegt John. “En in ons geval, moeten die dan ook nog natuurlijk zijn. In onze brokken is runderpens een mooie smaakmaker, maar ook Johannesbroodmeel dat een lichtzoete smaak geeft. Ook onze nieuwe brok met konijn vinden honden heerlijk, ook omdat het weer eens wat ‘anders’ is.”

Carnis biedt niet alleen vers vlees en brokken, maar er is ook een bijzonder uitgebreide snacklijn. “Ook compleet natuurlijk, dus zonder chemische toevoegingen”, zegt Annette. “Wij hebben de meest bijzondere snacks. Gisteren kregen we een nieuw product binnen dat we eerst even gaan testen. Vis, een hele wijting, compleet gedroogd. Komt gewoon uit Nederland. Ook hebben we geperste vis en kabeljauwschijven maar natuurlijk ook een keur aan producten van eend, kalkoen, haas, paard etc. Onze snacks zien er niet alleen verleidelijk uit, zo ruiken ze ook. Tenminste: voor honden en katten. Veel mensen die voor het eerste hier binnenkomen, moeten toch even wennen aan de geur, maar dieren worden er bijzonder gelukkig van.”

 

Toekomst

Als we hen vragen naar eventuele toekomstplannen, zegt Annette: “We willen graag de grens over, zouden graag onze afzetmarkt in België vergroten, daar zit nog behoorlijk wat potentie. Diepvriesvoer is in België nog niet zo ingeburgerd als bij ons, maar ook in België worden honden en katten steeds meer als een gezinslid beschouwd. Hoe meer mensen van een dier houden, hoe meer ze bereid zijn geld uit te geven aan goed voer voor dat dier, dat geldt niet alleen in Nederland.”

“Daarnaast willen we graag onze kattenlijn uitbreiden”, zegt Annette. “Bij Carnis ligt de nadruk nu op hond, maar ook kattenmensen zijn aan het veranderen. Waar de kat vroeger een dier was dat ‘er gewoon was’, zie je vandaag de dat ook de kat een echt gezinslid wordt. De moderne consument wil ook voor zijn kat het allerbeste, en laat dan nou net zijn wat wij te bieden hebben!”

 

Compleet verhaal

John: “Carnis heeft niet alleen geperste brokken, houdbare worsten en vers vlees voor hond en kat, maar ook een uitgebreide snacklijn, vachtverzorgingsproducten én een mooie lijn voedingssupplementen. Wat dat betreft kunnen wij in de dierenspeciaalzaak een compleet verhaal bieden. Mensen die naar de dierenspeciaalzaak gaan, willen het beste voor hun dier. Anders hadden ze wel een zak bij de supermarkt gekocht, of op goed geluk iets besteld op internet, de consument moet ervoor naar die plek waar hij wil zijn als hij op zoek is naar kwaliteit: de dierenspeciaalzaak. Waarom zou jij als ondernemer jezelf in je winkel uitputten om producten te verkopen die jouw klant overal op internet kan kopen tegen dumpprijzen? Aan een merk als het onze zit een verhaal. Als verkoper zou je moeten vertellen dat het honderd procent natuurlijk is, dat je weet wat je geeft en dat je dier er wel bij vaart.”

 

Geen toeters en bellen

Kruiden en fruit in hondenbrokken: van John hoeft ’t niet. “Een hond heeft dat niet nodig”, zegt hij. Ik vind ’t commercieel geneuzel Ik ben een voorstander van supplementen, indien een hond/kat ergens last van heeft. Ik denk dat wij nuchtere Nederlanders daar helemaal niet op zitten te wachten. Dat is ook waarom vers vlees nu zo in opkomst is: geen toeters en bellen, maar duidelijkheid. Daar houdt de moderne consument van.”

“Je moet mensen eerlijk voorlichten”, zegt Annette. “Je mag best vertellen dat er risico’s verbonden zijn aan het geven van vers vlees. Dat je bepaalde hygiënemaatregelen moet nemen, er zorgvuldig mee moet omgaan. Bij consumenten, maar ook bij winkeliers ontbreekt het vaak aan kennis. Wij vinden dat het onze taak is ervoor te zorgen dat die consument precies weet wat-ie koopt, hoe hij het moet geven, wat het voor zijn dier kan doen maar ook wat de eventuele risico’s zijn. Wij houden niet van holle kreten op een verpakking. Wat is nou eigenlijk ‘biologisch’ of ‘holistisch’? Bestaan er brokken met ‘vers’ vlees, of die elke hond lust? Volgens mij zullen er altijd honden zijn die een bepaalde smaak of structuur niet waarderen, of die gewoon slechte eters zijn. Maar als jij een voeding geeft waar meer chemische toevoegingen dan vlees in zitten, is de kans dat je dier er zijn neus voor ophaalt of dat hij er slechter gaat uitzien, behoorlijk aanwezig.